Zoek

Opiniestukken

JONGCD&V is een beweging die belang hecht aan inhoud. Op geregelde tijd publiceren wij opiniestukken of geeft de nationale voorzitter een interview. Hierin durven we dieper ingaan op bestaande problemen en worden er mogelijke oplossingen aangereikt.

Hier een overzicht van enkele tussenkomsten in de media.

“Het is absurd moeilijk voor jongeren om politicus te zijn”

Chris Taes (°1955) is een politieke veteraan. Een overlever. Al sinds de jaren ’80 drukt hij zijn stempel op partij en samenleving: eerst als jongere en schepen, later als partijsecretaris en burgemeester. En tussendoor als leerkracht. Radikaal zocht hem op in ‘zijn’ Kortenberg, waar hij nog steeds trotse burgervader is.

Hoe zou u zelf uw traject bij de jongeren omschrijven?

“Daarvoor moet ik vroeg teruggaan. Mijn vader was burgemeester van Erps-Kwerps, een deelgemeente van Kortenberg. Politiek was voor mij iets dat mijn vader van ons gezin weghield, dus ik heb altijd gezworen nooit in de politiek te gaan. Ik ben mijn professionele loopbaan dan ook begonnen als leerkracht, wat ik steeds graag gedaan heb en meermaals heb opgepikt, vaak gecombineerd met een politiek ambt.”

Wanneer is uw negatieve houding ten opzichte van politiek dan veranderd?

“Toen ik Eric Van Rompuy ontmoette in 1978, vroeg hij me om in Kortenberg met een afdeling van de CVP-Jongeren te beginnen. Hoewel ik toen niet geïnteresseerd was in gemeentepolitiek, voelde ik wel wat voor een ideeëndebat. Zo organiseerden we een debatavond over ‘Botsende Jeugd’. Met een opkomst van 150 jongeren was ook Eric onder de indruk en gaf hij me de impuls om verder te gaan. Ik ben dan doorgestroomd om in 1983 Nationaal Bureaulid en hoofdredacteur van de Radikaal te worden, toen Johan Van Hecke jongerenvoorzitter was. Door het schrijven van die teksten werd ik opgemerkt door Minister-president Gaston Geens en aangespoord om tekstschrijver te worden op zijn kabinet, nog steeds gecombineerd met het hoofdredacteurschap van Radikaal. Een jaar later werd ik zijn woordvoerder.”

Wat is u bijgebleven van uw tijd op het kabinet?

“Geens is een van de meest onderschatte politici van onze generatie. Als we vandaag Imec hebben in Leuven en spitstechnologie op bepaalde beleidsdomeinen, is dat dankzij hem. Zijn inzichten en aanzetten over Flanders Technology werken tot vandaag nog door in ons beleid. Op het kabinet heb ik pas echt geleerd wat werken was, maar tegelijk daagde Gaston Geens zijn medewerkers ook steeds uit om altijd dat tikje boven hun niveau uit te stijgen. Die constante uitdaging werkt niet voor iedereen, maar ik had daar veel baat bij en kon daardoor fouten vermijden die vele leeftijdsgenoten wel hebben gemaakt.”

Fouten, zoals?

“Aan politiek doen vanuit passie is een goede basis, maar niet voldoende. De regel van Gaston Geens was dat je nooit naar een vergadering mocht stappen zonder het dossier beter te kennen dan je medetafelgenoten. Als jongere, maar ook later, kan je het je niet permitteren om gewoon vanuit intuïtie of engagement aan politiek te doen. Politiek is een ambacht, een stiel, vergt inzet, voorbereiding en diplomatie. Als stormram van dienst heb ik vooral aan die diplomatieke vaardigheden moeten werken (lacht).”

Van nationale mandaten naar lokaal engagement: eigenlijk hebt u de omgekeerde weg afgelegd.

“Inderdaad, door mijn hoofdredacteurschap en kabinetswerk ben ik aangespoord om ook arrondissementeel actief te worden en zo ben ik ook lokaal op verkiezingslijsten beland.”

Wat is dan een typisch parcours?

“Meestal werd je opgemerkt als jongere door je afdeling en kreeg je het statuut van onafhankelijke jongere, of werd je opgemerkt door een van de standen en kreeg daar dan de stempel van.”

Is dat in 2016 minder, het standenverhaal?

“Bij ons leefde dat zeer sterk, in die mate zelfs dat wij protesteerden tegen het feit dat de partij naar ons aanvoelen te veel de grootste gemene deler van de belangen van de standen was. De CVP-Jongeren pleitten dan ook voor meer onafhankelijken in het algemeen bestuur. Vandaag is dit minder, maar ik denk dat dat niet alleen onze verdienste is. De standen hebben ingezien dat ze ook steun van andere partijen nodig hadden en de partij heeft vooral beseft dat ze zich niet konden beperken tot de standen, gelukkig maar.”

Volgt u de jongeren nog?

“Ik ben nog vaste abonnee van de Radikaal, al moet ik toegeven dat ik niet meer alle artikels met evenveel aandacht lees. De slogan ‘Eens CVP-Jongere, altijd CVP-Jongere’ blijft voor mij wel echter waar.”

Misschien moeten sommige oud-jongeren daar eens aan herinnerd worden?

“Ik heb de indruk dat de belangstelling voor een nationale functie bij de jongeren vandaag veel meer als voorbereiding op een latere politieke carrière bekeken wordt dan vroeger.  Misschien is het van alle tijden, maar ik meen dat men zich vandaag toch meer vanuit carrièrematige overwegingen bovenlokaal wil engageren. Om zaken te veranderen heb je uiteraard een bepaald mandaat nodig, maar ik heb het idee dat de inzet en engagement vroeger diverser was. JONGCD&V is meer een carrièremachine geworden, hoewel de vorige en huidige voorzitter hier opnieuw iets meer afstand van willen nemen.”

“Pas op, ik vind zeker niet dat jongeren vies moeten zijn van macht en ten allen tijde hun handen daarvan af moeten houden. Ik vind wel dat het de taak is van de jongeren om consequent het levende geweten te zijn van de partij. Dat kan je nooit zijn als je voor je beroep of carrièrekansen afhankelijk bent van die partij. Je moet met het nodige gezag kunnen spreken en gezag betekent in deze onafhankelijkheid en intellectuele en individuele vrijheid. Dat kan niet als je constant uitkijkt welke plaats je zal krijgen.”

U hebt toch de functie van hoofdredacteur Radikaal gecombineerd met woordvoerderschap van Gaston Geens?

“Dat klopt, maar ik heb van Geens nooit een instructie of vingerwijziging gekregen. Sterker nog, toen we met de CVP-Jongeren beslisten dat ik kandidaat moest zijn voor het CVP-voorzitterschap, heeft Gaston Geens dat vernomen via de radio. Hij heeft mij toen wel bij zich geroepen en gevraagd of ik nog wilde blijven, aangezien ik hem hiermee in een lastig parket bracht. Uiteraard wilde ik nog blijven en ik heb dan ook uitgelegd dat het zeker geen persoonlijke kandidatuur was, maar een kandidatuur die ik belichaamde namens alle jongeren. Hij heeft daar nadien nooit nog met een woord over gerept. Ik vond dat ontzettend mooi, hoe hij zo mee die onafhankelijkheid van de jongeren waarborgde.”

“Ik ben meteen na mijn periode op het kabinet opnieuw gaan lesgeven. Ik heb niet gewacht tot ik ergens een benoeming in de administratie kreeg, ik had mijn werk gedaan en kon terugkeren naar mijn eerste liefde, het onderwijs.”

U hebt in uw politieke carrière dan meermaals samengewerkt met Johan Van Hecke, de ene periode al wat woeliger dan de andere?

“Ik was hoofdredacteur van Radikaal onder Johan, maar nadien ook nationaal secretaris toen Johan Van Hecke partijvoorzitter was. Johan wilde de partij echt grondig vernieuwen. Hij heeft nadien uiteraard iets te veel willen vernieuwen door naar een andere partij over te stappen! Jammer, want toen hij mij aanstelde als secretaris, was dit een bewuste keuze voor iemand die niet gebonden was aan een stand, maar een onafhankelijkheid genoot en een klankbord was voor zijn vernieuwingsideeën. Onze band in het jongerenbureau hielp hier uiteraard wel mee.”

De leeftijdsgrens van 36 jaar is onverbiddelijk. Was dat moeilijk voor u?

“Toch wel, want de actieve betrokkenheid valt een beetje weg. Wat wel blijft, is de band met je generatiegenoten. Als ik Pieter De Crem of Yves Leterme ontmoet, kan ik hen onmogelijk met hun titel aanspreken. Zij mij ook niet. Dat samenwerken creërt een soort van levenslange band. Op het moment zelf, besef je dat nog niet. Dat Johan Van Hecke ooit partijvoorzitter zou worden, had niemand ooit gedacht.”

Is de lokale politiek veranderd voor jongeren?

“Ja, zeer sterk zelfs. Vooral omdat politiek op lokaal niveau veel technischer is geworden en juridisch complexer. Vroeger kon je als bestuurslid bepaalde dossiers nog makkelijk volgen op een partijbestuur en standpunten innemen. Op een partijbestuur heb je tegenwoordig een specialist nodig om toelichting te geven of dien je zelf specialist te zijn om een mening te funderen.”

“Daarnaast denk ik dat het voor jongeren ook moeilijker is geworden om zich voor één bepaald groepsgebeuren te engageren en dan heb ik het niet enkel over politiek. Dat geldt voor alle verenigingen. Om te genieten komt men wel, maar voor de ondersteuning vind je nauwelijks vrijwilligers. Het is moeilijk voor jongeren om, in de veelheid van engagementen en verantwoordelijkheden, nog een langdurig engagement op te nemen. Laat staan een politiek engagement, dat zo’n intellectuele uitdaging en commitment vergt van een jongere.”

“Vroeger handelde men misschien te veel vanuit gewoonte en vandaag kiezen jongeren bewuster voor bepaalde projectengagementen. Het is ook mooi hoe jongeren andere jongeren aansporen voor bepaalde standpunten. Het werkt niet meer om jongeren een lidkaart aan te smeren. We moeten accenten leggen op bepaalde inhoudelijke thema’s en op basis daarvan jongeren zoeken die zich tijdelijk mee voor één doel en thema willen verenigen. Als daar dan een permanent engagement uit voortvloeit, des te beter. Je hoort mij absoluut niet zeggen dat jongeren minder geëngageerd zijn dan vroeger.”

“Ik steun de vraag van de jongeren om bij het toekennen van plaatsen op de lijst aan de jongeren te denken. Dat principe is zowel voor vrouwen als jongeren belangrijk. Een sterke lijst is een combinatie zijn van ervaring, populariteit, electorale kracht en vernieuwing. Dat is een reflex die ik heb overgehouden aan de CVP-Jongeren. Ik zal dat principe over twee jaar ook hanteren.”

U hebt zelf nooit in het parlement gezeten, dus nooit gecumuleerd. Was dat een bewuste keuze?

“In 1999 had ik de eerste opvolgersplaats op de lijst voor de Vlaamse Raad, maar toen kwam de dioxinecrisis en is daar dus niets van gekomen. Uiteraard was dat op dat moment een ontgoocheling. Achteraf gezien ben ik blij dat ik mijn politieke mandaten heb kunnen combineren met mijn afwisselende professionele passies. Als je een leven hebt dat enkel bestaat uit een politieke carrière en mandaten, ga je zeer snel zweven. De confrontatie in de klas met gasten van twaalf tot achttien jaar voorkomt dat (lacht).”

Koestert u een bepaalde herinnering aan uw jongerenperiode?

“Voor mij zijn de CVP-Jongeren niet alleen professioneel zeer belangrijk geweest. Ook op privé-vlak, want ik heb daar mijn latere vrouw leren kennen. Ik werd hoofdredacteur van Radikaal en er was een bijzonder knappe jongedame werkzaam op het secretariaat van de CVP-Jongeren, die mee Radikaal opvolgde. Je moet je dat voorstellen: internet of gsm’s bestonden niet, wat betekende dat een tekst voor Radikaal door mij uitgetypt werd, naar Brussel werd gefaxt en door Claudine overgetypt werd. Ik had al vrij snel de gewoonte om, toen ik thuis kwam van het lesgeven, naar het secretariaat te bellen en daar was toen steeds maar één persoon aanwezig, Claudine. Bij mij was het liefde op het eerste gezicht, bij haar heeft het toch nog dik anderhalf jaar geduurd voor de vonk oversloeg. Ze was gemeenteraadslid in Ganshoren en toen we trouwden, moesten we kiezen wie zijn mandaat zou opgeven. Zo zijn we in Kortenberg beland. Ze kende de politieke wereld zo goed, dus fungeerde ze perfect als klankbord, tijdens mijn engagement op het kabinet en later als burgemeester. Tot aan haar overlijden in 2013 stond ze me daarin bij.”

Is het voor jongeren belangrijk om zo’n klankbord te hebben?

“Het is cruciaal dat je partner begrip heeft voor de ontzettend complexe taak waar een jonge politicus voor staat. Eigenlijk is het absurd moeilijk voor jongeren om politicus te zijn. Je moet je inwerken in dossiers die steeds complexer worden. Je moet zorgen dat je je omgeving binnen de partij overtuigt van je talenten. Dan moet je nog een manier vinden om derden te overtuigen van je kwaliteiten en op je te stemmen. Dat betekent dat je een manier moet vinden om de ideeën en idealen die je wil doorgeven en verwezenlijken te vertalen op een manier die mensen kunnen begrijpen en aanspreken. Tot wanneer je verkozen bent, binnen een coalitie aan beleidsvorming doet en je plots weer diplomatisch moet zijn.”

U bent ook voorzitter van de provincieraad. Hoe bent u daar terechtgekomen?

“Per ongeluk (glimlacht). In 2000 viel er plots iemand van de lijst en de voorlaatste plaats viel open. In dezelfde verkiezingen zijn we in de gemeente in de oppositie terechtgekomen, waar ik vreselijk door ontgoocheld was. Enkele dagen later kreeg ik telefoon van het CVP-secretariaat met gelukwensen, waarop ik erg boos werd. Bleek dat ik was verkozen in de provincieraad (lacht).”

Ziet u nog een toekomst voor de provincies?

“Ik heb geleerd dat de provincie als regisseur van het streekbeleid een interessant beleidsniveau is. Of Vlaanderen nu decentraliseert of gemeenten intercommunaliseren: een streekbestuur op tussenniveau heb je gewoon nodig. De provincie is democratisch gelegitimeerd, in tegenstelling tot de intercommunales: dat zijn zeer ondoorzichtige structuren met weinig directe controles. Slank de provincies af, haal dubbele bevoegdheden weg in functie van het meest geschikte niveau, maar de provincie is cruciaal als regisseur van het streekbeleid.”

“De wijziging die men nu heeft doorgevoerd, waarbij persoonsgebonden materies naar Vlaanderen verhuizen en de grondgebonden materies een provinviale bevoegdheid blijven, is nonsens. Heel veel bevoegdheden zijn gemengd. Het provinciaal domein van Kessel-Lo is bijvoorbeeld grondgebonden, maar wat met het zwembad dat er staat? Moeten we dat dan door Vlaanderen laten beheren? Dat is gewoonweg absurd.”

U belandde als burgemeester in de oppositie. Heeft u getwijfeld aan uzelf of uw engagement?

“Ik heb zeker getwijfeld aan mezelf. Na zes jaar schepen en zes jaar burgemeester in de oppositie geraken, dat is als kapitein plots matroos worden. Mijn persoonlijke score was beter dan voordien, maar als partij verloren we. Ik heb daar veel uit geleerd. Mijn engagement werd uitgeklaard, want na twaalf jaar aan macht wordt die vanzelfsprekend. Macht is altijd gemandateerd, dat moet je verdienen. Aan de andere kant leer je ook wie je echte vrienden zijn. Veel mensen kenden me plots niet meer en werden heel goed bevriend met de nieuwe machthebbers. Dat deed geen deugd, maar heeft me wel de ogen geopend. Ik kijk nu anders naar relaties en authenticiteit. Mensen apprecieerden wel dat ik niet als nukkig kind ben opgestapt en dat ik sindsdien veel minder berekend met mensen omga. Dat is ook de grote verdienste van mijn vrouw. Zij had een enorm EQ en kon door mensen heen zien. Dat de hele groep is kunnen terugkeren, bewijst dat gedrevenheid en gebondenheid met gemeenschap en verenigingen werkt.”

Heeft u nog advies voor jongeren?

“Het politiek engagement moet starten vanuit een vorm van verontwaardiging. Politiek vanuit een comfortidee of carrièreplanning levert nooit voldoende kracht of volharding om door te gaan. Het gevoel van verontwaardiging over situaties in de samenleving die aantoonbaar slecht zijn, en die dan willen veranderen vanuit een gevoel van rechtvaardigheid, is voor mij de drijfveer van politiek. Waar we voor staan, vinden we terug in de idealen van de Franse Revolutie. Liberté wordt het sterkst verdedigd door de liberalen, égalité door socialisten en fraternité door christendemocraten. Wij bepleiten zelfemancipatie, maar ook verantwoordelijkheid tegenover anderen, zeker zij die het moeilijk hebben. Wij zijn de mensen van de broederlijkheid: iedereen is uniek, elke mens telt en is waardevol, maar tegelijk kunnen we niet gelukkig zijn zonder anderen gelukkig te maken. Het personalisme, het respect voor mensen en de duurzaamheid moeten we blijven beklemtonen als kern van ons engagement.”

“Als de schil rond onze bestuurervaring eraf gaat en mensen zien terug het engagement en de originele kracht van datgene wat ons beweegt, gaan we terug een bloeiende politieke beweging worden. Dat is de taak van de jongeren. Het is niet aan de oudere generatie om aan de jongere generatie antwoorden te geven. De oudere generatie moet de jongeren de juiste vragen laten stellen.”

Pieter-Jan Crombez
Nationaal Bureaulid
@PJCrombez

Evi Degheldere
JONGCD&V Wuustwezel
@tsjevi

Interview met Rob Heirbaut

“Een referendum spreekt meer het gevoel aan dan de rede”

Telkens Europa door een storm moet, staat hij pal om te kijker door de gebeurtenissen te leiden. Voor jongeren is Rob Heirbaut synoniem met Europaverslaggeving op de openbare omroep. Dat de Radikaal voor dit themanummer bij hem uitkomt, is dan ook geen verrassing.

We vliegen er meteen in. Onze partij heeft ervoor gekozen om Marianne Thyssen naar de Europese Commissie te sturen. Kan de commissaris echt wegen op het beleid van de Europese Commissie?

Rob Heirbaut: “Meteen een delicate vraag. (lacht) Het is misschien ook wat te vroeg om daar een definitief oordeel over te vellen. Ze heeft een portefeuille gekregen waarin de Commissie vooral ondersteunende bevoegdheden heeft. Ze werd aangekondigd als het sociale gezicht van Europa. Ik denk toch dat ze dat nog meer zal moeten bewijzen dan nu het geval is. Ik hoor wel dat ze binnen de Commissie een goede band heeft met Jean-Claude Juncker en daardoor wel kan wegen op het beleid. Wat zich misschien niet vertaalt in enorme media-aandacht, dat ligt natuurlijk aan haar eigen karakter.”

 

Over haar detacheringsrichtlijn kreeg ze van elf parlementen een zogenaamde gele kaart. Hoe moeten we dit interpreteren?

 

“Het bewijst dat het een gevoelig onderwerp is, waar landen als België, Nederland, Duitsland en Frankrijk fel op aandringen. Dan zie je dat landen uit Centraal- en Oost-Europa dat helemaal anders bekijken. Ik denk dat het inderdaad eerder een soort vertragingsmanoeuvre is, omdat het voorstel van Marianne Thyssen gaat over de aanpassing van de bestaande richtlijn, wat dus betekent dat Europa daar bevoegd voor is. Het feit dat die nationale parlementen hun bezwaren nu ook op papier zetten, bewijst ook dat zij hun regering onder druk zullen zetten en dat er in de Raad dus misschien wel een blokkeringsminderheid zal zijn. Het zal dan zaak zijn om die uit elkaar te spelen of met compromissen te komen die voor iedereen aanvaardbaar zijn.”

 

Als mensen over Europa spreken, is het dikwijls over de spreekwoordelijke Pool achter de hoek die ons werk komt afnemen.

 

“In theorie is het een fantastische zaak dat er een arbeidsmarkt gecreëerd is en dat iedereen over de grenzen kan gaan werken. Ook het systeem van detachering is goed, maar nu zit je met landen die een ander sociale zekerheidssysteem en lager welvaartsniveau hebben dan wij. Dat zet natuurlijk de deur open voor misbruik. Aan de andere kant biedt het voor die landen ook wel de mogelijkheid om de welvaart op te krikken, door hun dienstensector jobs te bezorgen. En ik hoor de bouwsector vaak ook steen en been klagen, maar heel veel Belgische bouwfirma’s doen beroep op onderaannemers uit Centraal- en Oost-Europa. Ze klagen aan de ene kant over oneerlijke concurrentie, maar doen er aan de andere kant aan mee. Er is onvoldoende Europese samenwerking tussen inspectiediensten, waardoor je als Belgische sociale inspectie afhankelijk bent van diensten in Slovakije of in Polen. Als die niet meewerken, is het moeilijk.”

 

België vaart traditioneel een sterke Europese koers. Is die houding gewijzigd met N-VA in de regering?

 

“De koers die de regering aanhoudt, zit nog op de traditionele lijn. Toen premier Michel namens de regering een standpunt innam over de Brexit, nam hij daar toch de traditionele houding aan van de zes stichtende landen en verklaarde hij dat Europa voor hem meer is dan puur een interne markt. Ik had verwacht dat het voor meer problemen binnen de regering zou zorgen. Heel snel was er een al een juichend communiqué van Bart De Wever om te zeggen dat wat David Cameron voorstelde goed was voor Vlaanderen, België en Europa. Maar dat is allemaal tussen de plooien gevallen. Blijkbaar is daar binnen de regering ook geen discussie over. N-VA neemt wel forse standpunten in, maar als het over beleid gaat, ook inzake vluchtelingen, wijkt het niet zo ver af van wat andere regeringspartijen doen. Je moet een onderscheid maken tussen communicatie en wat er werkelijk aan de hand is.”

 

Als we kijken naar de toekomst van de Europese Unie, gaan er regelmatig stemmen op om een Unie op twee snelheden te laten verlopen. Wat denkt u daarvan?

 

“In zekere zin heb je dat nu al. Groot-Brittannië doet niet mee met de euro of Schengen, Ierland doet dan wel mee met de euro, maar niet met Schengen. Denemarken doet ook niet met de euro en met Schengen en heeft een opt-out over alles wat met asiel, justitie en migratie te maken heeft. Daar hebben de Britten dan weer een opt-in voor. Je hebt al een beetje een à-la-carte systeem. Het is natuurlijk niet goed dat zo’n à-la-carte systeem nog verder zou uitdijen en dat elk land zijn eigen uitzonderingen gaat krijgen.”

 

“De vraag is natuurlijk of er in de eurozone de wil is om verdere stappen te zetten. Tijdens de eurocrisis is men er in geslaagd de bankenunie te realiseren, maar je zou eigenlijk nog verder moeten gaan. Er wordt gedacht aan een Europese minister van Financiën, aan een Europese schatkist,… wanneer er dan in één land een grote crisis opduikt, kan er vanuit een Europese pot steun worden verleend, zodat dat land zelf niet alle kosten moet dragen. Dat zijn allemaal dingen waarvan David Cameron wil dat de eurozone ze invoert. De politici krijgen dat moeilijk verkocht aan hun bevolking, want dat betekent dat ze macht zouden afstaan. In Italië wil Renzi dat misschien wel, maar de grootste oppositiepartij van Beppe Grillo wil net uit de euro stappen. In Nederland met Geert Wilders hetzelfde. In Duitsland heeft de CDU heeft ook al zulke verregaande voorstellen intern goedgekeurd, maar als puntje bij paaltje komt, zeggen ze ‘neen’. Ik weet dus niet goed of die twee snelheden er wel zullen komen.”

 

De Brexit wordt een dubbeltje op zijn kant. Welke richting gaat het uit en waarvan zal het afhangen?

 

“Veel zal afhangen van de opkomst. Men heeft wat schrik dat de voorstanders van Europees lidmaatschap thuisblijven en dat de tegenstanders wel zullen gaan stemmen. Persoonlijk denk ik dat de meerderheid van de Britten wel overtuigd zal worden door alle economische argumenten die er zijn om in de EU te blijven. Toch sluit ik een ‘neen’ niet uit, omdat een referendum meer het gevoel aanspreekt dan de rede. In Groot-Brittannië is men er de voorbije jaren in geslaagd om veel negatieve dingen te zeggen over de Europese Unie, vaak zelfs leugens. David Cameron zei op elke Europese top dat Europa nergens op leek, maar moet nu wel aan zijn bevolking gaan zeggen dat het fantastisch is om lid te zijn van de Europese Unie. Dat is niet echt consequent. En nu verwachten dat mensen plots op basis van economische studies het andere gaan denken?”

 

“Je hebt natuurlijk ook het zeer emotionele thema rond migratie dat heel die stemming beïnvloedt. Het wordt allemaal op één hoop gegooid. Groot-Brittannië zit niet in de Schengenzone, doet niet mee aan het vluchtelingenspreidingsplan en in wezen kunnen zij hun grenzen beschermen zoals zij dat willen. Toch wordt in de campagne gezegd dat lidmaatschap leidt tot meer vluchtelingen. Je kan maar niet aan de Britse bevolking uitleggen hoe dat in elkaar zit. Het zijn puur gevoelsmatige kwesties. Er helpt ook geen rationele argumentatie tegen. Het is blijkbaar in een referendum altijd zo. In Nederland zag je dat ook. Het referendum over het associatieverdrag met Oekraïne ging vaak ook niet over wat er in de tekst staat, maar eerder over hoe je je voelt bij de Europese Unie, je houding over Rusland of over vreemdelingen.”

 

En in België? Ook hier neemt de euroscepsis toe.

 

“Er zijn veel vraagtekens bij de Europese Unie, en terecht, maar de meeste mensen zijn wel overtuigd van de Europese samenwerking. Ik denk dat de bestaansvraag wel positief beantwoord wordt. Iets anders is het beleid dat wordt gevoerd. Vaak worden die twee dingen door elkaar gehaald. Men geeft kritiek op het beleid van Europa en men zegt dat het de schuld is van Europa. Vaak gaat het dan vanuit linkse hoek over het besparingsbeleid, vanuit rechtse hoek over vluchtelingen. Aan de linkerkant vergeet men dan vaak dat bijna alle regeringen een rechtse meerderheid hebben in Europa, en dat het daardoor ook logisch is dat het beleid dat gevoerd wordt eerder rechts geïnspireerd is en dat ze dat beleid kunnen bijsturen wanneer ze de verkiezingen zouden winnen. Europa is een bestuursniveau, waar politieke keuzes worden gemaakt. Daarom denk ik dat men ook vaak een verkeerde analyse maakt en dat men elke kritiek op Europa beschouwt als euroscepsis, terwijl het vaak gaat om het oneens zijn met de politieke keuzes die gemaakt zijn. Dat getuigt net van een grote betrokkenheid.”

 

Over naar de vluchtelingencrisis, waar de cijfers spectaculair zijn gedaald. Intussen is de verhouding met Turkije, die toch een cruciale speler is in dit dossier, onderkoeld.

 

“Tot nu toe houdt de deal stand. Ik denk ook dat we moeten opletten met de woorden van Turkije te verwarren met de daden. Turkije heeft belang bij goede samenwerking met de Europese Unie. Natuurlijk heb je de hele problematiek van de visumliberalisering. Dat is iets dat er eigenlijk al dit of volgend jaar zou komen, die onderhandelingen waren reeds gestart in 2013. Telkens heeft Europa erbij gezegd dat alle voorwaarden moeten voldaan zijn. Dit is dus geen compleet nieuwe eis van de Turken. We hebben met de Verenigde Arabische Emiraten reeds zo’n akkoord rond visumvrijstelling. Je moet het rapport van Amnesty International over dat land eens lezen. Dat is een land waar de mensenrechten op grote schaal geschonden worden. Het bijna voltallige parlement heeft die visumvrijstelling goedgekeurd, inclusief al die partijen die nu staan te roepen dat de antiterreurwet in Turkije moet worden aangepakt.”

 

“Het specifieke aan Turkije is dat die visumvrijstelling gebonden is aan het migratiepakket. Het klopt wel dat Europa daar een beetje zijn ziel verkoopt. Anderzijds, bestaat er een oplossing zonder Turkije? Ik zie ze eigenlijk ook niet, dus moet je daar op de een of andere manier mee praten. Het feit dat Turkije de slechte kant opgaat, is vooral nadelig voor hun toetredingsverzoek, dat volgens mij verder af is dan ooit. Mensen die vroeger voor Turkse toetreding waren, zijn dat nu absoluut niet meer.”

 

Een idee dat in sommige kringen leeft, is het invoeren van een Europese kieskring. Is dat iets wat volgens u een remedie kan zijn om Europa toch dichter bij de burgers te krijgen?

 

“In de Verenigde Staten wordt de president min of meer in een Amerikaanse kieskring verkozen. Staat Washington daarom dichter bij de Amerikaan dan Brussel bij de Europeaan? Ik weet het niet. Maar kiezers hebben met hun stem wel meer impact. Met de Europese verkiezingen kunnen wij in Vlaanderen voor 12 zetels een stem uitbrengen. Allemaal Nederlandstaligen. Die mensen doen in het Europees Parlement uiteraard zeer nuttig werk. Bij Vlaamse of federale verkiezingen bepaalt je stem mee de krachtverhoudingen in het Vlaamse of federale parlement, wat dan weer bepalend is voor de regeringsvorming. Die link is afwezig bij de Europese verkiezingen. Ik denk dat je beter gaat voor een soort Europese regeringssamenstelling, die we kunnen kiezen. Dat was wel de bedoeling achter de Spitzenkandidaten, maar het blijft ingewikkeld. Hoeveel mensen kennen het verschil tussen EVP en CD&V? Het zou duidelijker zijn als er Europese lijsten zouden zijn die door een Europese partij worden gevormd en dat die in heel Europa campagne zouden voeren, met aan het hoofd iemand die campagne voert om Commissievoorzitter te worden. Dat zal die Europese verkiezingen ook interessanter maken dan ze nu zijn. Mensen gaan nu stemmen, maar weten niet welke impact die verkozenen hebben.”

 

Goede vraag. Welke impact hebben zij?

 

“Toch een vrij grote impact. Als Europarlementslid kan je echt een dossier beïnvloeden, maar het is zeer moeilijk om dat ook duidelijk te maken naar buiten toe.”

 

Hoe bent u zelf bij de Europaverslaggeving terechtgekomen?

 

“Dat gebeurde in 2001, toen ik Lieven Verstraete bijstond in de berichtgeving over het Belgisch voorzitterschap en de invoering van de euro. Daarna gaf Lieven te kennen dat hij liever de binnenlandse politiek zou gaan volgen en ben ik op zijn plaats terechtgekomen. Het beviel mij wel. Toen ik rechten studeerde, was Europees recht één van mijn lievelingsvakken. Ik heb dat toen allemaal kunnen opfrissen: het verschil tussen een richtlijn en een verordening, wat het Hof van Justitie doet,… het is een fascinerende wereld. Het is Wetstraat door en door. Ik doe dat graag. Mensen vinden dat soms een afwijking. Ze vragen mij weleens of ik niet liever iets anders doe… voorlopig niet.” (lacht)

 

Pieter-Jan Crombez

Nationaal Bureaulid

@PJCrombez

 

Vincent Orroi

Voorzitter JONGCD&V Regio Oostende

@VincentOrroi

Klimaatakkoord: 'N-VA verkiest communautair gehakketak boven een duurzame oplossing' (Knack.be, 27.10.15)

Opiniestuk van Wim over het klimaatakkoord

Wil de kiezer nog een centrumpartij in Vlaanderen? (De Morgen, 28.07.2015)

Opiniestuk van onze voorzitter Wim Soons over zijn mening op de recente tax shift-episode, en de rol van CD&V daarin.

Diversiteit, da's heden én toekomst

Opinie: diversiteit, da's heden én toekomst

Rock Werchter jaagt alle scouts en wijkverenigingen tegen zich in het harnas (De Morgen, 27.02.2014)

Opiniestuk: de vrijwilligers van het middenveld mogen geen slaven worden van Goliath, vindt de nationaal voorzitter van JONGCD&V.

Tom over de situatie in Kiev (Radio 1, 20.02.2014)

JONGCD&V over betoging op en rond het Maidan-plein nadat er twee jongeren van de zusterorganisatie Democratic Alliance door sluipschutters werden doodgeschoten.

Schaf de vaste benoeming af (Knack, 13.11.2013)

Interview over het prioriteitenlijstje van JONGCD&V op het Innestocongres

Woonbunus 2.0 (De Redactie, 21.09.2013)

Opiniestuk over de woonbonus. Op een dag willen jongeren immers allemaal Hotel Mama kunnen verlaten.

Jonge ondernemers hebben geen boodschap aan ruzie over panda's (De Tijd, 12.09.2013)

De jongerenvoorzitters (Humo, 13.08.2013)

Dubbelinterview met nationaal voorzitter van JONGCD&V en Jong Groen.

Eén democratie, één federale kieskring (De Standaard, 27.06.2013)

Gezamenlijk opiniestuk met jongerenvoorzitters voor een federale kieskring.

Wij passen voor de nieuwe GAS-wet (De Morgen, 30.05.2013)

Gezamelijk opiniestuk van jongerenvoorzitters JONGCD&V, Animo, Jong VLD en Mouvement des Jeunes Socialistes.

Bye Bye Belgium (De Morgen, 6.02.2012)

Opiniestuk over jongeren en hun toekomst.

Blijven de jongeren alwaar in de kou staan? (De Morgen, 20.01.2012)

opiniestuk ove regionalisering fiscale aftrek voor hypothecaire woonkredieten 

99 procent van de verontwaardigen heeft gelijk (De Morgen, 18.10.2011)

Opiniestuk over de Indignatos

Over rentmeesterschap en idealen (De Standaard, 03.09.2011)

Opiniestuk Pieter Marechal en Rik Torfs

Zeg toch gewoon waar het op staat (De Tijd, 11.05.2011)

Opiniestuk over economische toestand jongeren

Het Feniks Manifest (deredactie.be, 18.02.2011)

Opiniestuk over het toekomstproject van CD&V

Het engagement van jongeren wordt onderschat (jobat, 06.11.2010)

Interview Pieter Marechal en Anke Gittenaer


Share/Bookmark